Mijn Blog

Mijn Blog

Schrijven, lezen en denken

Doe het!

Erik of het klein insectenboek (boekbespreking)

SchrijvenPosted by Leo Besouw 10 Jan, 2014 10:13:39

Erik of het klein insectenboek (boekbespreking)

Godfried Bomans, zoals ik hem kende, dat beeld rijst voor mij op als ik het boekje van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (2013) las: “Erik of het klein insectenboek”, met een voorwoord door Philip Freriks, een lofrede door Midas Dekkers, en verschillende voorwoorden en een ten geleide bij diverse drukken, van Godfried Bomans zelf, als toegift (Eerste druk 1940).

Maar ik heb hem beter leren kennen, als de man die (in 1946) de (toen negen miljoen) insecten in Nederland met profetische en milde maar ook genadeloze inslag op de korrel nam, in het vizier, mensen dus van “de Lijst” van zijn schilderij waarover de kleine jongen droomt op zijn slaapkamertje, in het echt dus over “Grote Insecten” ( pagina 132).

In alle bescheidenheid creëert Godfried een beeld van een samenleving met bijzonder menselijke trekken, in goed- en slechtheid, in het najagen van “honing”, de beredenerende mens die te weinig ruimte laat voor intuïtie, die meegesleept wordt door heersende waan-werkelijkheden. Profetisch ook, want wat hij schreef in 1939 en in 1940 verscheen, roept op de latere bladzijden, op pagina 117 (van de in totaal 139), het beeld op van het begin van de oorlogsjaren in 1940, voor de goede verstaander: “… mannetjes mieren... als ze er geweest waren, zouden ze stellig tot de laatste man gevallen zijn (applaus)... aan de vreselijke slag tegen de grasmieren, in de lente van dat jaar... “ ( het is dan 1940?).

Op pagina 120 verklaart een grijze werkmier op plechtige toon in een toespraak dat hij gelooft dat de kleine Erik, zo klein als de mier, “een geheim verbergt”. En even verder , gissend naar de afkomst van Erik Pinksterblom, stelt de werkmier “Misschien kunnen wij hem helpen? ...En als er gevochten moet worden: ik stel mijn angel beschikbaar! “ Dan barstte er een oorlogslied los.: … en wie een angel bezat had de hand aan het gevest geslagen.”... En op pagina 125-126 : “de ongelijke strijd duurde slechts kort... er... gonsde een hoog toornig gezoem door de lucht...” Na een oorverdovend gegons... was het een verschrikkelijk gevecht.. maar een straal scherp en bijtend vocht recht in het gezicht bracht hem terug in bed, in zijn eigen kamer, met beide vuisten zijn ogen uitwrijvend.”

De erna volgende voorwoorden maken duidelijk dat sommige insectologen hem kennelijk niet hebben begrepen, en dat beschrijft hij op zijn typische Godfried Bomans- manier. Voortreffelijk!

Leo Besouw



  • Comments(0)//blog.leobesouw.nl/#post193